Met hun koele wetenschappelijke benadering haalden de filoloog Erasmus, de jurist Thomas Moore en de politicoloog Macchiavelli de woede van veel tijdgenoten (rond 1500) op hun hals. Behalve hun wetenschappelijke attitude, deelden alle drie ook hun voorliefde voor poëzie. En dat geldt voor vooraanstaande wetenschappers vandaag de dag nog steeds. Niet alles is te vatten in formule en analyse. Erasmus dichtte als jonge monnik: Nunc scio quid sit amor. Nu weet ik wat liefde is Waanzin Liefde kruipt in je botten Liefde verschroeit je ingewanden Liefde houdt je uit de slaap Zonder dat de scharnieren piepen, weet de liefde deuren te openen Liefde overwint alles Omnia vincit amor