Behalve diplomaat, consultant en schrijver, was Erasmus ook dichter. Nog heel jong, schreef hij al gedichten in het Latijn. Eén van zijn gedichten is nu in vertaling uitgekomen. Een gedicht tegen de hebzucht. Erasmus neemt een voorbeeld aan de natuur. De natuur brengt goede schatten en kwade schatten voort. De goede schatten worden ons geschonken, zoals het goudgele graan, de overvloedige wijn, de zoete appels. De kwade schatten moeten gedolven worden. De vrek aast met zijn hebzucht op fossiele schatten, zoals het verderfelijke goud en edelstenen;(olie was nog niet gevonden in de 15e eeuw). ‘Niet voor niets heeft de natuur de schadelijke rijkdom omgeven met hindernissen in de ingewanden van de aarde en in de diepten van de woelige zee’, dicht de 19 jarige Erasmus. ‘Het geld maakt jou tot een slaaf die eerder nog vrij was’. (Silva carminum, vertaald door de Historische Vereniging Die Goude).